the bar kokhba war

 

The Bar Kokhba war AD 132-136
The last Jewish revolt against Imperial Rome / Lindsay Powell
Oxford: Ostrey Publishing, 2017
96 p., kleurenillustraties.- ISBN 978-1-4728-1798-3

 

Dit boekje is verschenen in de serie Campaign (nr. 310): "accounts of history's greatest conflicts, detailing the command stategies, tactics and battle experiences of the opposing forces throughout the crucial stages of each campaign", zoals de uitgever zelf zijn reeks beschrijft. Niet alleen worden beide kanten van het conflict beschreven, ook worden bepaalde strijdscènes nagetekend. In dit boek is Peter Dennis de illustrator van vier dubbelzijdige reconstructie-tekeningen. Duidelijke kaarten en veel kleurenillustraties van objecten en landschappen verlevendigen Powell's tekst.

In Strategic situation gaat Powell in op de achtergrond van het conflict teruggaand naar de jaren 66-74nC toen rebellen Jeruzalem probeerden te bevrijden en het Romeinse leger hard terugsloeg (70nC): de tempel werd verwoest, een extra straf-belasting werd aan joden opgelegd (fiscus iudaicus) en joden vluchtten naar elders. Toen Trajanus (r.98-117) zijn Parthische oorlog begon, kwamen joden op Cyprus en Egypte in opstand. In Alexandrië kwam het tot een treffen tussen de Grieks sprekende inwoners en de joden. Ternauwernood wist de geschiedschrijver Appianus aan de opstandige joden te ontkomen. Diverse legioenen wisten de rust te herstellen.
Na Trajanus' dood nam Hadrianus (r.117-138) in Iudaea extra maatregelen (uit angst voor nieuwe opstanden?): L. Cossonius Gallus werd gouverneur (120) van de – vanaf dat moment consulaire – provincie Iudaea, de Romeinse militaire aanwezigheid werd versterkt en wegen werden versneld aangelegd om communicatie te vergemakkelijken. In 130 nC bezocht Hadrianus de provincie in eigen persoon.
Sommige joden bleven hopen dat herbouw van de tempel in Jeruzalem tot de mogelijkheden zou behoren. Hadrianus wilde de stad met de nieuwe naam Aelia Capitolina helemaal herbouwen op de 'Romeinse' manier met een Jupiter-tempel op de plek waar eens de joodse tempel had gestaan (Tempelberg). Volgens de Historia Augusta (14.2) zou Hadrianus' verbod op besnijdenis de aanleiding van de latere opstand zijn geweest. Terecht benadrukt Powell dat Hadrianus deze maatregel niet specifiek tegen de joden nam. Het betrof een verbod op elke schending van de integriteit van het lichaam, bijv. ook een verbod op castratie.

Na een kort hoofdstuk Chronology laat Powell de lezer kennismaken met de Opposing Commanders (p.16-21), eerst de bevelvoerders van de joden (Shim'on Ben Koseba/Bar Kokhba) en hun bondgenoten, daarna die van de Romeinen (Hadrianus, gouverneur van Iudaea Q. Tineius Rufus, gouverneur van Syria Quinctius Certus Publicius Marcellus, Sex. Cornelius Dexter, Q. Lollius Urbicus, Cn. Minicius Faustinus Sex. Iulius Severus e.a.).

In Opposing armies (p.22-31) worden de joodse en de Romeinse strijdkrachten besproken. Oorspronkelijk was het Herodium Shim'on's militaire centrum, maar later was het gevestigd bij de heuvelstad Betar. Shim'on reisde veel in het gebied waar de opstand woedde, maar communiceerde ook met de diverse dorpen door middel van handgeschreven notities. Elke stad of elk dorp werd mahaneh (kampement) genoemd; "significantly, the word is ideological and imbued with religious meaning. It is thus associated with holy warfare, which is consistent with the messianic vision of its supreme leader". Zijn leger bestond uit lichtgewapende, joodse mannen die religieus gedreven of ontevreden met de Romeinse aanwezigheid waren. Ook zij die grote schulden hadden of geloofden in een beter leven sloten zich aan. De christenen moesten niets van hem en zijn opstand hebben. Powell beschrijft daarna kort, bondig en duidelijk het professionele, Romeinse leger (welke legioenen of hulptroepen waren in Iudaea en welke kwamen waarvandaan) en de bevelstructuur.

In Opposing plans (p.32-38) schrijft Powell dat het nog steeds een wetenschappelijk heet hangijzer is of Shim'on daadwerkelijk een onafhankelijke joodse staat nastreefde. Ook zijn planning is niet bekend, men kan alleen maar gissen. Verrassingsaanvallen uit (onderaardse) grotten was een deel van de strategie. De Romeinen reageerden op de opstand met de gebruikelijke maatregelen, waaronder troepenverplaatsingen.

In The campaign (p.39-79) worden de acties besproken en met duidelijke kaartjes uitgelegd. Belangrijk voor Shim'on was dat de zeer invloedrijke rabbi Akiba hem zag als de moshiah (messias) die werd voorspeld in Numeri (24.17). De daarin genoemde ster werd onderdeel van Shim'on's (nieuwe) naam: Bar Kokhba (zoon van de ster). De exacte datum van het begin van de opstand is niet meer na te gaan.  In ieder geval werd er in 132 nC gestreden. Joodse opstandelingen lokten Romeinse troepen in hinderlagen of vielen in de steden onverwacht Romeinse soldaten aan. Deze guerilla-tactiek had aanvankelijk succes, (wellicht) omdat de Romeinen de impact onderschatten.
Bar Kokhba had zoveel macht dat hij zelfs zijn eigen munten liet slaan. De gouverneur Tineius Rufus was niet in staat de opstand een halt toe te roepen en Hadrianus zond zijn beste generaals, aldus Cassius Dio (13.2). Powell (p.51) somt de troepen en bevelvoerders op en met deze versterkte troepen werd in 133 nC een nieuwe aanval ingezet, maar zonder veel succes. Opnieuw werden bevelvoerders van elders naar Iudaea gedirigeerd (Q. Lollius Urbicus uit Pannonia, Iulius Severus uit Britannia). We weten niet of Hadrianus persoonlijk het commando op zich nam. We weten zelfs niet of hij tijdens de opstand (enige tijd) in Iudaea verbleef.
Jeruzalem bleef tijdens de hele opstand in Romeinse handen, al liet Bar Kokhba op zijn munten zetten: "Voor de vrijheid van Jeruzalem". Uiteindelijk konden de Romeinen na een beleg de stad Betar, de laatste versterkte stad van de opstandelingen, innemen (135 nC). Bar Kokhba werd gedood. Het jaar daarna wisten de Romeinen de laatste gevluchte aanhangers van Bar Kokhba in hun grotten op te sporen.

Het hoofdstuk Aftermath (p.80-86) gaat in op de acties na de opstand. De slavenmarkten werden overspoeld met krijgsgevangenen, joden werd de toegang tot Jeruzalem, tot Aelia Capitolina geweigerd. Maar de joden die geen bedreiging vormden, konden gewoon blijven leven in de provincie Iudaea, die nu bij Syria werd getrokken: provincie Syria-Palaestina. Jeruzalem en de Tempelberg werden volgens Hadrianus' oorspronkelijke plannen vernieuwd en verbouwd. De Romeinse legeraanvoerders werden door Hadrianus geëerd.
Als laatste element van dit hoofdstuk Aftermath behandelt Powell in Hero and myth het interessante Nachleben van Bar Kokhba in de negentiende en begin twintigste eeuw als "the courageous leader who refused to accept defeat" (p.85). Toen in 1961 enkele grotten werden ontdekt met objecten en brieven van Bar Kokhba c.s. begon het onderzoek naar de historische Bar Kokhba dat nog steeds voortduurt.

In The Battlefield today (p.87-91) beschrijft de auteur kort waar in Israël en op de Westbank   nog wat van deze opstand te vinden is. Een korte bibliografie en alfabetische index vullen de laatste pagina's van dit kleurrijke boek.

Een aanrader voor iedereen die snel geïnformeerd wil worden over de enige belangrijke militaire actie ten tijde van Hadrianus. Het boek geeft de aanleidingen en gebeurtenissen kort & bondig & zeer overzichtelijk weer.

© conens & van wiechen A. van Wiechen