c. julius antiochus epiphanes philopappus

 

Vanaf de Muzen-heuvel heb je een prachtig gezicht op de eerbiedwaardige Acropolis, hét historische, hoge middelpunt van (de geschiedenis van) Athene; zeker tegen zonsondergang, als alles overgoten lijkt met een warm gelig-rode kleur. Maar ook het monument op de Muzen-heuvel zelf verdient onze aandacht, immers het is een mausoleum dat Hadrianus zeker heeft gezien. Deze torentombe werd gebouwd tussen 114-116, tijdens de regering van keizer Trajanus, voor C. Julius Antiochus Epiphanes Philopappus, een puissant rijke prins die zich in Athene 'koning' liet noemen en behoorde tot de culturele en politieke elite.

Hij was een man van oost én west, want zijn wieg stond ik Commagene (waarschijnlijk rond 70), het kleine koninkrijkje tussen Cappadocië en Syria in (Zuid-Turkije). Zijn vader was de zoon van koning Antiochus IV (r.37-72) van Commagene die goede banden onderhield met de Romeinen. Hij leverde zelfs troepen onder de leiding van zijn zoon C. Julius Antiochus Epiphanes aan Vespasianus en Titus bij de belegering van Jeruzalem (70). Toen was alles nog goed tussen Rome en Commagene, maar twee jaar later werd de koning wegens (vermeend?) heulen met de Perzische vijand afgezet en met zijn familie verbannen. Commagene werd een deel van het Romeinse rijk. Later mocht de ex-koning naar Rome komen en zijn zoon trok met zijn familie naar Griekenland.

Zoon C. Julius Antiochus Epiphanes bleef zich 'koning' noemen, al had hij geen koninkrijk meer. Hij trouwde rond 70 met Claudia Capitolina, de dochter van een hoge bestuursambtenaar uit en prefect van Egypte. Hun zoon  C. Julius Antiochus Epiphanes Philopappus – voor het gemak zullen we hem verder Philopappus noemen - was de eigenaar van het mausoleum op de Muzen-heuvel in Athene. Hun dochter Julia Balbilla verwierf later enige bekendheid als dichteres aan het hof van Hadrianus.

Ongetwijfeld na de dood van hun vader, trouwde hun moeder Claudia Capitolina met Junius Rufus, prefect van Egypte (94-98). Er zijn aanwijzingen dat Philopappus bij dit huwelijk in Alexandrië aanwezig was en daar enige tijd verbleef. 

Philopappus heeft deze ongebruikelijke bijnaam, die letterlijk betekent "hij die zijn grootvader liefheeft", ongetwijfeld gekozen omdat hij door de band met zijn opa koning Antiochus IV zo te benadrukken zijn koninklijke afkomst subtiel kon onderstrepen. Hij liet zich in Athene ook graag 'koning' noemen. Als wij zijn vriend Plutarchus mogen geloven, was Philopappus snel van geest en erudiet. Zijn rijkdom stelde hem in staat vrijgevig te zijn voor de stad Athene en voor zijn vrienden. Hij bekleedde zowel in Athene als in Rome enkele ereambten, zoals in 109 toen hij consul suffectus was (een soort reserve consul). Toen hij in dat jaar in Rome was, heeft hij wellicht kennis gemaakt met Hadrianus. In ieder geval zagen ze elkaar toen Hadrianus in 111-112 in Athene was. Misschien kregen hij en zij vrouw Sabina gastvrij onderdak in Philopappus' huis en leerden ze daar ook Julia Balbilla kennen.

Enkele jaren later overleed Philopappus en voor hem werd – wellicht door zijn zus Julia Balbilla – tussen 114 en 116 het marmeren mausoleum gebouwd op de Muzen-heuvel in Athene. Wat nu nog te zien is, is de gebogen voorkant van het monument met drie nissen. Van het rechthoekige interieur waar zijn sarcofaag stond, is alleen nog enigszins het fundament van de muren te zien. In elk van de drie nissen aan de voorkant stond – of liever zat – een beeld. Op inscripties stonden hun namen: in het midden zat Philopappus, links (vanuit de kijker gezien) zijn vader Antiochus, "zoon van koning Antiochus" en rechts (nu verdwenen) een verre voorvader: koning Seleucus, stichter van de Seleuciden-dynastie, die heerste over het Syrische gebied na de dood van Alexander de Grote. Hiermee werd de hoge afkomst van Philopappus – en dus ook van zijn zus Balbilla – nog eens extra onderstreept.

 

Kijken we naar het fries onder de beelden, dan zien we een typisch Romeinse processie: Philopappus als consul in een wagen getrokken door vier paarden en voorafgegaan door mannen in toga en met fasces, de roedenbundel. Deze lictoren waren de vaste begeleiders van Romeinse magistraten. Hoewel het nu amper te zien is, is op de kar van de consul een klein Heracles-figuurtje met knots afgebeeld én volgens de archeoloog die het monument heeft onderzocht draagt de zwaar beschadigde Philopappus een kroon met stralen op het hoofd. Het betreft duidelijke verwijzingen naar het oude koninkrijk van Philopappus' opa: Commagene. Daar zijn reliëfs gevonden waarop de koning van Commagene – met stralen-kroon – hartelijk de hand schudt van Heracles met knots (zie rechts).

 

En dat is niet de enige verwijzing naar het grootse verleden van Philopappus' voorouders. De locatie van dit grafmonument is bijzonder. Normaliter lagen Romeinse begraafplaatsen en mausolea langs de wegen buiten de steden. Philopappus' monument ligt op een heuvel in de stad Athene. Rijkdom maakte ook toen ongetwijfeld veel mogelijk, maar de locatie doet vooral ook sterk denken aan het gigantische graf-met-tempel-complex dat Antiochus I, koning van Commagene (r.69-ca.36vC), op de ruim 2000m hoge Nemrud Dag (berg) liet bouwen (afb. hierboven met enorme hoofd van de vorst). De locatie in Athene van Philopappus' mausoleum is een echo van het grootse Commagene-verleden dat met hem uitstierf (over een huwelijk en eventuele kinderen is niets bekend). Alleen zijn ongetrouwde zus Babilla heeft hem overleefd.

Kortom, dit moment laat mooi de vele culturen zien die in het Romeinse rijk naast elkaar konden bestaan. Het monument van Philopappus, die van koninklijke bloede was, in Athene (Griekse wereld) verwees naar zijn eigen komaf (het oosten) en naar zijn Romeinse ereambt (consul-processie): duidelijk een man van de (Romeinse) wereld!

Toen Pausanias ongeveer een generatie later Athene beschreef, was Philopappus' naam vergeten. Hij noemde het monument op de Muzen-heuvel gebouwd ter herinnering aan "een Syriër"; de naam van 'koning' C. Julius Antiochus Epiphanes Philopappus was vergeten. Roem vervliegt sneller dan het marmer afbrokkelt!

© conens & van wiechen drs A. van Wiechen

 terug naar tijdgenoten »»