perge

 

Keizer Hadrianus heeft waarschijnlijk in 129 of twee jaar later, na zijn Egypte-reis, een bezoek gebracht aan Perge, een bloeiende en welvarende stad aan de zuidkust van Turkije. We weten met zekerheid dat hij Antalya (Attaleia) bezocht. Perge ligt dicht bij Antalya – slechts ca. 20 km naar het NO – en had alle voordelen om de keizer groots te onthalen. Er waren voldoende ontvangstruimten, zoals een schitterend theater, en de steenrijke Plancia Magna zou een uitstekende gastvrouw geweest zijn. Ze was onder de indruk van Hadrianus en de keizerlijke familie, want ze had al in 121 op haar kosten een schitterende ereboog laten bouwen met beelden van de keizer, zijn vrouw Sabina, zijn voorganger Trajanus en diens vrouw Plotina, zijn schoonmoeder Matidia en haar moeder Marciana, die de zus van Trajanus was.

Perge was een stad met een eeuwenoude geschiedenis. Archeologen hebben op de Acropolis sporen uit de prehistorie gevonden, maar vanaf de late bronstijd lijkt er sprake van continue bewoning. Lokale mythen plaatsten de stichting van de stad net na de Trojaanse Oorlog. Enkele Griekse helden, onder wie de zieners Calchas en Mopsos, zouden daarvoor verantwoordelijk zijn geweest. Lag de stad aanvankelijk op de Acropolis, in betere tijden vanaf de derde eeuw vC breidde men hem uit in de vruchtbare vlakte aan de voet van de heuvel. Als eerste werden daar ronde torens met een verdedigingsmuur gebouwd die enkele jaren vóór Hadrianus' komst een nieuw uiterlijk kregen.   

Hadrianus en Sabina zagen bij hun mogelijke bezoek aan Perge ongeveer hetzelfde als wij nu. Dat wil zeggen, wij zien ruïnes, zij zagen alles in picobello staat, opgeknapt, gepoetst en met kleuraccenten. Ze naderden Perge ongetwijfeld vanuit Antalya en zagen dan allereerst de Akropolis, die als een soort verhoogd decor boven de stad uitstak. Hier was Perge ooit zijn bestaan begonnen en het zou daar in de late oudheid eindigen, maar ook in Hadrianus' tijd was er zeker nog sprake van bebouwing. Wellicht had de belangrijkste godin van de stad daar haar tempel, al is nog nergens een spoor van die – in Hadrianus' tijd beschreven als prachtige en schitterende – tempel teruggevonden. Deze stadsgodin was de Klein-Aziatische Wanassa Preiia die onder Griekse invloed als Artemis Pergaea en later ook als Diana Pergaea werd vereerd. In het theater was ze als een 'steen' afgebeeld (afb.) in de rechterhand van de zittende personificatie van de stad Perge die in haar andere hand een hoorn van overvloed vasthoudt. Deze tweede-eeuwse visuele boodschap is duidelijk: dankzij de bescherming van Artemis Pergaea kende de stad voorspoed en rijkdom.

Het theater is het eerste bouwwerk dat de bezoeker toen en nu ziet. De iets meer dan halfronde toeschouwerstrappen geven zicht op een prachtig decor met zuilen en reliëfs. Nu nog zien we hoe de oervader van het toneel, Dionysus, werd geboren uit het bovenbeen van zijn vader Zeus (afb. rechts). Dat bovenbeen diende als een soort couveuse toen Zeus' zwangere vriendin stierf en de god zijn ongeboren zoon in zijn bovenbeen stopte. Ruim 12.000 mensen konden toneelstukken, dans- en muziekuitvoeringen of wellicht ook kleinschalige gladiatorengevechten bijwonen. Hetzelfde aantal kijkers kon in het nabijgelegen stadium hun hart ophalen aan  atletiekwedstrijden.
Beide amusementsgebouwen dateren uit het einde van de eerste eeuw en waren niet alleen bedoeld voor de inwoners van Perge en directe omgeving. Jaarlijks kwamen veel pelgrims en nieuwsgierigen naar het Artemis-festival, waar behalve offers ongetwijfeld ook, ter meerdere eer en glorie van de godin, muziek- en atletiekwedstrijden werden gehouden.

Als we verder lopen, vallen direct de twee enorme ronde torens op die in de tijd van Hadrianus niet meer hun beschermende functie hadden. De pax romana maakte defensieve stadsmuren overbodig. De torens vormden toen de entree tot een heel bijzonder half ovaal plein waarvan de verfraaiing aan Perge geschonken werd door Plancia Magna en dat naar het noorden toe werd afgesloten met een ereboog waarmee de geldgeefster haar stad en de keizerlijke familie eerde. Nu rest van deze boog ter plekke vrijwel niets meer, maar toen Hadrianus en Sabina hier stonden, was alles net gebouwd en keken zij naar hun marmeren selfies op de ereboog. Bij de twee ronde torens beginnen ook de muren die het half ovaalvormig plein omzomen. Elk van de beide muursegmenten heeft zeven nissen onder en zeven nissen daarboven, dus in totaal 28 nissen, waarin standbeelden stonden. Dankzij inscripties konden Hadrianus  en Sabina – en ook de archeologen later – lezen welke goden en mensen in 3D waren uitgebeeld. Nadruk lag op de Griekse stichters van de stad, onder wie Mopsos en Calchas. Dat paste heel goed in de tijd van Graeculus Hadrianus waarin Klein-Aziatische steden graag hun Griekse origine wilden onderstrepen om te kunnen deelnemen aan het Panhellenion. En ook belangrijk, er werd gerefereerd naar de Trojaanse Oorlog. Begon Rome's eigen verleden ook niet bij die beroemde strijd, toen Aeneas het brandende Troje verliet?

De vader en broer van Plancia Magna kregen daar ook hun eigen nis met beeld. Zij werden gezien als de Romeinse 'stichters' van de stad, d.w.z. zij maakten de voorspoed en rijkdom van de stad mogelijk. Ongebruikelijk in de Romeinse tijd is dat in de inscriptie van de beelden van deze twee mannen de familierelatie met een vrouw – hun dochter en zus: Plancia Magna – wordt genoemd.

We weten uit de opgravingen dat Perge twee, ruim 20m brede, geplaveide straten had met in het midden een watergoot met fris kabbelend water dat vloeide uit een groots fonteingebouw aan de voet van de Akropolis en met aan beide zijden zuilengalerijen. Behalve de liggende riviergod Cestrus – de rivier stroomt iets ten oosten van Perge – stonden daar opnieuw beelden van Hadrianus, een gekleed én een naakt. Dat laatste beeld moet in ieder geval na Hadrianus' dood zijn gemaakt en geplaatst, toen hij al divus (god) was geworden.

Lopend langs de hoofdstraat horen we geen water meer kabbelen. Wel zien we op een van de zuilen een prachtig reliëf van de beschermgodin Artemis, nu niet afgebeeld als de oeroude 'steen', maar als de Griekse en Romeinse jageres-godin met pijl en boog. Behalve deze hoofdstraten, een enorme markt en enkele badgebouwen ligt nog veel begraven onder het stof van het verleden. Plancia Magna bezat ongetwijfeld ergens in de woonwijk een groots huis, waar ze de keizer en zijn vrouw met alle egards kon ontvangen en een slaapplaats bieden. Archeologen zijn nog druk bezig met de opgravingen, dus wie weet ... 

© conens & van wiechen drs A. van Wiechen
naar overzicht