de keizer & het klooster

 

Eens vroeg een cursist me: "je bent al jaren met Hadrianus bezig, kom je nog wel eens iets onverwachts, iets verrassends tegen?" Zeker wel! Een van die verrassingen ligt in de bibliotheek van het klooster van Montserrat (NO-Spanje): de Codex Miscellaneus in de jaren vijftig gekocht in Cairo.

De bijna vierkante papyrus-pagina's (ca. 12 x 11 cm) van deze codex bevatten teksten in het Grieks (woordenlijst, misteksten) en in het Latijn (Maria-hymne, Alcestis-gedicht, een redevoering van Cicero). Deze heterogene teksten doen vermoeden dat het wellicht ging om teksten die op school gebruikt konden worden. Alles lijkt door één hand geschreven te zijn (tweede helft van de vierde eeuw), mogelijk in midden-Egypte. De schrijver kopieerde in acht pagina's het Latijnse Verhaal over Hadrianus met nogal wat fouten en zonder moeite te doen ook het einde van het oorspronkelijke verhaal, mogelijk rond 300 geschreven, op te nemen.

Toen keizer Hadrianus nog geen keizer was, had hij ten tijde van Nerva (r.97-98) twee vijanden: Cosconius Gallus en Raecius Varus. De eerste noemde Hadrianus een "slechterik" en de tweede beschuldigde hem ervan een gifmenger te zijn. Maar omdat Varus geen enkel bewijs had, werd hij verbannen en werden zijn bezittingen verbeurd verklaard.

 Volgens de tekst werd Varus verbannen naar "insula Lycaonia", maar waar ligt dat? Vanaf de vroege middeleeuwen stond het Tiber-eiland in Rome ook onder die naam bekend. Waarom is niet duidelijk. Maar dat eiland kan niet bedoeld worden, want het gaat om een plek waar een Romein naar verbannen werd! Het gebied rondom het Turkse Konya (Iconium) stond in de oudheid bekend als Lycaonia. Dat lag wel ver van Rome, maar was geen eiland. Waarschijnlijk heeft de auteur of kopiïst twee dingen door elkaar gehaald: Lycaonia lag ver weg en vaak waren verbanningsoorden kleine, ruige eilanden, zoals Pandateria waar Augustus zijn dochter Julia naar verbande (2 vC).

 Na Trajanus kwam Hadrianus op de troon en hij vroeg de senaat en het Romeinse volk toestemming om de wereld te bereizen. Tijdens zijn eerste tocht arriveerde hij in Lycaonia. Raecius Varus was door zijn lange haar en baard onherkenbaar, toen hij de teugels van de muildieren pakte die Hadrianus' wagen trokken. Hadrianus herkende hem niet. Varus zei: "U moet weten dat de aanblik van u als keizer mij een kwelling is".

De tekst is dan enigszins moeilijk te lezen (en te begrijpen), maar het lijkt erop dat Varus vroeg zich te mogen verwijderen van die plek om de keizer maar niet te hoeven zien.

Hadrianus antwoordde dat de strijd lang geleden tussen twee senatoren de huidige keizer niet in de weg mocht staan. "Daarom geef ik je je oude waardigheid terug. Zie mij als keizer en wordt lang [door dat zicht] gekweld!". Hadrianus schreef een Varus-eerherstelbrief aan de senaat. "Hij was al zo gestraft om mij als keizer te zien!"   
Hadrianus reisde verder en kwam in Keulen aan en de keizer was zeer te spreken over de hartelijke ontvangst. "Ze hangen kleden aan de zuilen en herhalen 's nachts de dag door overal toortsen te branden", zou hij gezegd hebben. Daarna vroeg hij de inwoners van Keulen of ze nog iets te wensen hadden. Amantinus Saturninus, de belangrijkste man, nam het woord en vroeg de keizer afschaffing van de rivier-belasting. Na een korte dialoog stond Hadrianus dat toe. Toen vroeg Saturninus nog één gunst: "zend ons een oud-consul die onze petities aan u over kan brengen".
Hadrianus kwam uiteindelijk weer in Rome terug en daar vertelde hij de senaat dat hij Keulen vrijstelling van de rivier-belasting had geschonken en een oud-consul als intermediair tussen Rome en Keulen had beloofd. Hadrianus stelde voor Raecius Varus te zenden. De senaat was het daarmee eens en Hadrianus gaf Varus raad "zoals een vader aan zijn zoon: 'Wees eerlijk, spreek onpartijdig recht en denk altijd aan Lycaonia'".
Raecius Varus kwam in Keulen aan. Toen hij hoorde dat Hadrianus rivier-belasting-vrijstelling aan de stad beloofd had, "stond de wreedaard op en sprak: 'ik weet niet hoe krankzinnig Hadrianus op het moment was dat hij deze gunst verleende'". Varus eiste het geld op.

En ...... helaas hier eindigde de kopiïst. Als einde van dit verhaal verwacht ik dat de gemene Raecius Varus door de keizer op het matje wordt geroepen en wordt gestraft voor zijn acties die tegen de uitdrukkelijke keizerlijke wens ingingen. Opnieuw verbanning naar Lycaonia?

Dit verhaal is puur fictief, maar blijkbaar werd in de derde en vierde eeuw – in ieder geval in schoolboeken – een positief beeld van Hadrianus geschetst. Hij was de gulle gever, de vorst die luisterde, zijn vijanden vergaf, rechtvaardigheid nastreefde, gunsten toekende en gevoel voor humor had. Toch stond in de middeleeuwen vooral keizer Trajanus bekend om deze deugden. Zozeer zelfs dat een legende vertelt hoe paus Gregorius de Grote († 604) ermee zat dat de rechtvaardige Trajanus als heiden in de hel zat. Hij liet Trajanus' schedel uit de basis van de Trajanus-zuil halen en was tot tranen geroerd toen hij zag dat 's keizers tong die zoveel rechtvaardigheid gesproken had, nog intact was. Het waren deze pauselijke tranen die Trajanus postuum doopten en dus tot christen maakten. Zo kwam Trajanus in de hemel, waar Dante hem zag! Waarom Trajanus wel en Hadrianus niet?

Een andere keer ga ik hier dieper op.

© conens & van wiechen drs A. van Wiechen

 terug naar bronnen »»