historia augusta

 

Historia Augusta
Keizers en tegenkeizers in de tweede en derde eeuw 
vertaald en toegelicht door John Nagelkerken, inleiding Jona Lendering
Amsterdam: Athenaeum, Polak & Van Gennep, 2012
573 p, gebonden met stofomslag
ISBN 978-90-253-6955-2

De Historia Augusta (letterlijk vertaald: "de verheven geschiedenis") is een merkwaardig werk. Als je je met de Romeinse keizers van de tweede en derde eeuw bezig houdt, dan kom je vroeg of laat in aanraking met deze bundel keizersbiografieën. Hoe moet je de inhoud wegen? Zijn de opgeschreven verhalen over de keizers waar of niet? Wie waren de auteurs  en wanneer werd het werk geschreven? Jona Lendering schreef een goede, korte en bondige inleiding bij deze vertaling van de Historia Augusta.

Lendering legt uit hoe complex dit werk is. Achter de zes met naam genoemde auteurs schuilt één schrijver of hooguit twee. Er zijn twee hypothesen met betrekking tot de datering: rond 375 of rond 395. De eerste keizersbiografieën (van Hadrianus tot Caracalla) lijken nog enigszins betrouwbaar, maar bij de latere (tegen)keizers gebruikte de auteur ook verzonnen en vervalste documenten. Een vraag die wetenschappers dan ook bezighoudt, is: waarom deze maskerade? Lendering schetst de mogelijke overwegingen van de auteur (p.22-23) die het blijkbaar leuk vond de lezer steeds weer op het verkeerde been te zetten.

De eerste keizersbiografie betreft die van Hadrianus (p.31-51) die regeerde van 117-138. Dit hoofdstuk van de Historia Augusta is nog altijd een belangrijke bron van informatie, omdat er weinig eigentijdse, Romeinse bronnen m.b.t. deze keizer overgeleverd zijn en omdat zijn autobiografie niet bewaard is gebleven. Van de hele Historia Augusta is dit wellicht het meest betrouwbare gedeelte. De laatst beschreven keizer is Carinus (r. 283-285) die regeerde met Numerianus (r. 283-284) en diens vader Carus (282-283) opvolgde. Samen worden ze in één hoofdstuk besproken (p.460-471). De auteur eindigt met de opmerking dat hij het niet waagt om een biografie te schrijven van de huidige keizer, "omdat een biografie van nog levende keizers alleen maar kritiek oplevert" (p.469).

De 30 tegenkeizers (p.349-377) zijn - behalve natuurlijk Zenobia van Palmyra (p.371-374) - vrij onbekend (en dus zeer interessant om te lezen): o.a. de vaderdodende, losbandige Cyriades, de door de Galliërs op handen gedragen Postumus, de drie dagen regerende smid Marius en de rechtvaardige en forsgebouwde Celsus die na zeven dagen keizerschap in Noord-Afrika werd vermoord. De twee vrouwelijke tegenkeizers werden toegevoegd "om de spot te drijven met Gallienus, het grootste monster dat de Romeinse staat heeft moeten ondergaan" (p.375). Die twee vrouwen waren Zenobia en (de niet-historische) Victoria. 

De vertaling van de Historia Augusta is op de Athenaeum-wijze degelijk, handzaam en sober uitgegeven. Het is een boek dat je beslist niet in één ruk uitleest. Zo'n boek moet je in kleine amuse-gueules savoureren!
Het is fantastisch, dat er steeds meer uitstekende en verantwoorde vertalingen van de klassieken verschijnen. Daardoor kunnen we nu ook deze belangrijke bron gemakkelijk en met plezier lezen.
In de inleiding schrijft Lendering: "Toegegeven, verheven is de Historia Augusta niet. Fascinerend is ze wel" (p.25). Hij slaat de spijker op z'n kop! 

Een MUST voor iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis van het tweede- en derde-eeuwse Romeinse rijk!

U weet, we volgen Hadrianus al vele jaren 'op de voet'. Het prachtige gedichtje dat Hadrianus op zijn sterfbed geschreven zou hebben, werd via de Historia Augusta  overgeleverd. Er zijn al veel Nederlandse vertalingen geschreven, maar die van Nagelkerken - onopgesmukt en bondig - heeft nu mijn voorkeur (p.50):

"Mijn zieltje, mijn lief zwervertje,
gast en gezel van het lichaam,
waar ga je nu naartoe,
naar grauw, bleek, kaal gebied?
zonder het oude plezier!"

 

© conens & van wiechen A. van Wiechen
op www.keizerHadrianus.nl zal vaak verwezen worden naar deze tekst.
De afkorting die we dan gebruiken is HA