gerasa

 

Als we ergens in het Nabije Oosten het verleden groots kunnen betreden, dan is het wel in Gerasa (Jerash in Jordanië), ongeveer 40 km ten noorden van Amman. Deze antieke stad werd door een riviertje min of meer in tweeën gedeeld. In de negentiende eeuw werd op de oostoever een moderne stad gebouwd, maar de westelijke helft van de antieke stad is sinds de herontdekking, nu tweehonderd jaar geleden, het werkterrein van archeologen. Hier zijn de voetsporen van keizer Hadrianus wellicht nog te volgen ......

Bij een onbeduidend dorp werd in de vierde of derde eeuw vC een Griekse stad gesticht, aan weerszijden van de Wadi Jerash die toen Chrysorhoas (Gouden Stroom) heette. Volgens verhalen zou Alexander de Grote zelf voor de stichting verantwoordelijk zijn geweest, maar modern onderzoek verwijst dit verhaal naar het rijk der fabelen. In ieder geval werd deze stad Antiochia aan de Chrysorhoas dankzij handel en landbouw steeds belangrijker en welvarender, vooral nadat de stad deel werd van de Romeinse provincie Arabia onder keizer Trajanus, die door de burgers van Gerasa "Redder en Stichter" werd genoemd. Er werd veel én groots gebouwd, gesponsord door kapitaalkrachtige burgers. Tempels, huizen en winkels werden verfraaid en straten met zuilen omzoomd aangelegd. Hadrianus zag een stad waar nog steeds gebouwd en uitgebreid werd; niet in de laatste plaats ook vanwege het keizerlijke bezoek!

Dankzij het vele werk dat door archeologen hier in Gerasa nog altijd wordt verzet, worden oude ideëen m.b.t. de ontwikkeling van de stad opgeschud en nieuwe elementen aan zijn geschiedenis toegevoegd.
Dankzij een - helaas verloren gegane - inscriptie weten we zeker dat Hadrianus Gerasa een bezoek heeft gebracht. Hij kwam uit het noorden, dus betrad hij de stad via de noord-poort. De inscriptie op deze poort meldde zijn voorganger Trajanus als stadbegunstiger. Hier zette de keizer en zijn gevolg de eerste voet op de cardo maximus, de noord-zuidhoofdstraat. In hoeverre de hoofdstraat toen al aan weerszijden was voorzien van enorme zuilgalerijen in Ionische stijl is nog niet helemaal duidelijk.

Hadrianus werd ongetwijfeld met alle égards in Gerasa verwelkomd en zal de stad hebben bewonderd. Maar welke stad zag hij? De twee belangrijkste goden waren Zeus en Artemis en aan hen beiden heeft de keizer ongetwijfeld geofferd. Artemis, de heerseres der dieren, de millennia-oude vruchtbaarheidsgodin, gold hier als stedelijke beschermgodin. Maar Hadrianus heeft niet de tempel gezien waarvan nu nog indrukwekkende resten overeind staan; de bouw van deze tempel begon ongeveer twintig jaar na Hadrianus' komst. Zeker is dat Artemis aanvankelijk elders in de stad een heiligdom bezat, waarschijnlijk op de oudste bewoningsheuvel (tell) waar nu het museumpje staat.

Hier in het centrum van de stad bezocht hij toen de markt (macellum) waar kooplieden en handelaren een kleine ruimte konden huren rond een open hof. Hun stenen toonbanken werden gedragen door leuk bewerkte stenen pijlertjes (rechts) met een leeuwen- of varkenskop. Als we dichterbij komen is duidelijk te zien dat die varkenskop rust op een varkenspoot. Net zoals in de Cosinius-markt van Djemila in Noord-Afrika kon men hier lopend langs de stenen toonbanken inkopen doen. Daar waar in Djemila het centrale open hof van de markt een vierkante vorm had, was die van de markt van Gerasa achtkantig en had een fontein in het midden. Wellicht heeft Hadrianus misschien ook deze overdekte markt nog in aanbouw gezien; het is namelijk nog niet helemaal duidelijk wanneer deze macellum precies in gebruik is genomen; wel laten vondsten zien dat de markt eeuwenlang heeft gefunctioneerd, tot in de zesde of zevende eeuw!

Hij zag het ovale plein dat zijn bijzondere vorm te danken heeft aan het feit dat de hogergelegen, eeuwenoude Zeus-tempel noordoost-zuidwest georiënteerd was. Deze oriëntatie moest aansluiten bij het regelmatige noord-zuid en oost-west stratenpatroon van de stad. Dit plein omzoomd met Ionische zuilen bracht als het ware door zijn ovale vorm de assen van tempel en hoofdstraat samen. 

Hadrianus zag de Zeus-tempel in de vorm zoals die na een brand (of verwoesting?) was herbouwd in 70 nC dankzij de financiële bijdrage van Theon, Demetrios' zoon en groot vereerder van Zeus. Onderdeel van deze tempel, die toen nog alleen op het eerste terras stond boven het ovale plein, was waarschijnlijk dit fries met granaat-appels en druiven. Opgravingen hebben uitgewezen dat het hier om een veel ouder heiligdom gaat. Oudste kern was een grot in de rotskam waar misschien al duizend jaar voor het begin van de jaartelling goden werden vereerd. Toen Grieken hier hun stad stichtten bleef deze geheiligde plek de cultusplaats, alleen werd er toen in de eerste eeuw vC een fraaie Zeus-tempel gebouwd van natuursteen, versierd met reliëfs, kleurig geschilderd stucwerk en zuilen. De tempel werd verder uitgebouwd en de onderbouw van het terras werd versterkt en verfraaid met halfzuilen. Deze tempel werd in 70 nC zwaar beschadigd en hersteld door de eerder genoemde Theon.
Overigens werd de tempel ruim dertig jaar na Hadrianus' bezoek - opnieuw na een verwoesting ? - groots gerestaureerd en uitgebreid op een tweede, hogergelegen terras; de resten hiervan zijn nu nog indrukwekkend. 

Vlakbij de Zeus-tempel lag het - in Hadrianus' tijd enige - theater van de stad dat ruim drieduizend toeschouwers plaats kon bieden. Wellicht werden hier vanwege Hadrianus' verblijf in de stad Griekse toneelstukken  opgevoerd of muziek ten gehore gebracht.

In het zuiden van de stad zijn de échte herinneringen aan Hadrianus bewaard gebleven. Allereerst bouwde men de zuidelijke stadspoort (122 of 123 nC; rechts). Vlak voor de komst van Hadrianus werd de necropolis, gelegen vóór deze poort aan de uitvalsweg, opgegeven met de bedoeling om daar de nieuwe stadsuitbreiding te verwezenlijken. Ongeveer vierhonderd meter zuidelijker bouwde men alvast de 'nieuwe' zuidpoort van deze toekomstige woonwijk (rechts). Deze boog - die tegenwoordig Hadrianus' ereboog wordt genoemd omdat hij ook ter ere van het keizerlijk bezoek was opgericht - lijkt zeer op de paar jaar eerder gebouwde zuid-poort; beide hebben een ongebruikelijke acanthusblad-versiering aan de onderkant van de decoratieve gevel-zuilen. Hadrianus' ereboog (rechts) had dus dezelfde functie als de mooie ereboog die in Athene ter ere van de keizer werd gebouwd bij de nieuwe stadswijk door Hadrianus gesticht.

De geplande stadswijk is er nooit gekomen; in het midden van de tweede eeuw bouwde men tussen beide zuidpoorten een hippodroom voor de wagenrennen. Naar Romeinse begrippen was dit hippodroom (ongeveer 260 meter lang en ruim 75 meter breed) klein, maar het behoort nu wel tot een van de best bewaarde uit die tijd. Voor de toeristen worden tegenwoordig weer geënsceneerde 'spelen' op gevoerd.

Het hippodroom, de nieuwe Artemis-tempel, de gerestaureerde en uitgebreide Zeus-tempel, badgebouwen, de monumentale 'aankleding' van de straten, het tweede theater van Gerasa ... dat alles heeft Hadrianus uiteraard niet gezien.

Toch is het goed mogelijk dat het bezoek van de keizer, die een duidelijke voorliefde had voor alles wat Grieks was en daar ook geld voor over had, de inwoners van de stad heeft gestimuleerd hun eigen Griekse verleden te benadrukken. Immers Gerasa was ooit in dit Syrische gebied door Grieken gesticht en werd een van de steden van de decapolis, een soort federatie van hellenistische "tien steden" (het aantal tien moeten we wellicht niet té letterlijk nemen). Hoewel er geen bewijzen zijn, is het zeer goed denkbaar dat Hadrianus met geld en middelen de inwoners van Gerasa heeft gesteund en de nog grootsere bouwactiviteiten heeft geëntameerd. In deze politiek paste natuurlijk heel goed - net zoals in Athene - de eerste-steen-legging voor een nieuwe woonwijk (hoewel die in Gerasa niet gerealiseerd werd).

In het Romeinse bestel van de tweede eeuw ging het deze decapolis-steden goed en ten tijde van Hadrianus' opvolgers zelfs nog beter. Hierdoor was er niet alleen de wil maar ook de financiële mogelijkheid voor de inwoners van Gerasa om hun stad uit te breiden en te verfraaien, zelfs met uit Klein-Azië en Egypte geïmporteerde natuur-steensoorten .... 

 © conens & van wiechen drs A. van Wiechen