didyma, apollo-tempel

 

Ongetwijfeld bracht Hadrianus een bezoek aan de tempel en het orakel van Apollo in Didyma. Het heiligdom was oeroud. Bij hun komst op de westkust van Klein-Azië - ruim drieduizend jaar geleden - namen de Grieken deze heilige plek over van de inheemse bevolking en wijdden het aan Leto en haar zoon Apollo. In de loop van eeuwen werden mythen bedacht, van generatie op generatie doorverteld en opgetekend. 

Mythen over liefde en overspel .... Zeus had zijn oog laten vallen op de mooie Leto. Het werd een van de vele slippertjes van de oppergod. Zeus ontmoette Leto op de plek die later als Didyma bekend werd. Maar Zeus' vrouw Hera, die haar mans escapades doorhad, zorgde ervoor dat de zwangere Leto werd opgejaagd en nergens rust vond om te bevallen van haar tweeling. Totdat Zeus het drijvende eilandje Delos vastlegde. Daar werden Apollo en Artemis geboren. Daarom werden zowel Delos als Didyma door Apollo begunstigde plaatsen. Mythen onderstrepen hoe belangrijk Didyma was. Het kwam direct na het befaamde orakel van Delphi. In Didyma zijn bij een zoetwater-bron resten van twee heiligdommen, het ene gewijd aan Apollo en het andere aan zijn zus Artemis, gevonden die zeker vanaf 700 voor onze jaartelling in gebruik zijn geweest. 

Donkere wolken trokken zich samen boven het Didyma-heiligdom, toen de inwoners van Milete in het begin van de vijfde eeuw vC een belangrijke rol speelden in het verzet tegen de Perzische overheerser. Ze werden gestraft: Milete werd door de Perzen bezet, de meeste mannen werden gedood en hun vrouwen en kinderen als slaven naar Perzië gevoerd. Het Didyma-heiligdom werd geplunderd en in brand gestoken.
En erger nog .... de bron was opgedroogd. Het leek wel alsof Apollo op die manier zijn ongenoegen over de verwoesting van zijn heiligdom toonde! Hoewel er nog wel processies plaatsvonden, had het Apollo-heiligdom toch zijn glans verloren, want de bron bleef droog .... totdat Alexander de Grote naar Milete kwam, de stad op de Perzen veroverde en een bezoek bracht aan het Apollo-heiligdom.
Zie, ineens gutste water uit de drooggevallen bron van Apollo en werd aan Alexander zijn uiteindelijke overwinning op de Perzen voorspeld. Uit dankbaarheid beval Alexander herbouw van de tempel.

Ondanks de nooit voltooide bouwactiviteiten kwamen pelgrims naar het orakel om mee te doen aan de vierjaarlijkse atletische en muzische wedstrijden (Didymeia) ter ere van de god of ze kwamen om raad, troost en hulp te vragen aan Apollo.

We stellen ons Hadrianus voor alsof hij als pelgrim kwam en volgen zijn gangen bij de orakel-plechtigheden in Didyma vanaf zijn aankomst in het heiligdom.

Na een vaak lange reis moest de pelgrim zich eerst reinigen en nog steeds is de schacht van de bron te zien bij de ingangstrappen van de tempel. Hij had een offerdier - meestal een geit - bij zich en gaf dat aan de priesters zodat zij het dier aan de god konden offeren. De locatie van het altaar is omstreden; wellicht is het ronde fundament vlak voor de tempelingang het overblijfsel van het grote altaar en misschien werden kleinere dieren ook in de open hof van de tempel op andere altaren geofferd.

Hopelijk wist de pelgrim wanneer precies hij het orakel kon bevragen. Anders moest hij wachten tot de god sprak. Om de tijd te doden kraste hij dan wellilcht in de tempelstenen een speelbord (rechts) enspeelde hij met een paar kiezelsteentjes de Romeinse vorm van tric-trac of kaas-boter-en-eieren. In ieder geval betrad ook Hadrianus op een zeker moment de grootse tempeltrap. In de voorhal gaf hij dan zijn vraag aan een van de priesters. Intussen had de priesteres die de orakels 'ontving' haar voorbereidingen getroffen: ze had zich met water gereinigd en drie dagen gevast. Ze ging zitten in de orakelruimte (waar die precies was, is nog niet duidelijk), maakte haar voeten nat met het water uit de heilige bron en inhaleerde de dampen van het water.

De pelgrim werd vanuit de tempelvoorhof via een vrij donkere en smalle gang naar beneden geleid en betrad dan vrij plotseling de fraai versierde open hof van de tempel (rechts), met de heilige laurierbomen, het heilige bronhuis en de vele wijgeschenken. Daar hoorde de raad vragende pelgrim het goddelijke - in versregels geformuleerde - antwoord dat hij later ook nog eens in een geschreven versie meekreeg. In het heiligdom zelf werden eveneens de antwoorden bewaard.

Trajanus, Hadrianus en andere Romeinse keizers bezochten het heiligdom of schonken geld. Een van de laatste keizers die hier Apollo raadpleegde, was keizer Diocletianus. Deze was in 303 door zijn veel jongere schoonzoon en mederegent Galerius in een moeilijk parket gebracht. Hij eiste vervolging van de christenen, waar Diocletianus geen voorstander van was. Uiteindelijk liet hij in zijn naam Apollo in Didyma bevragen en Apollo's antwoord was "zodanig als verwacht kon worden van een vijand van het ware geloof" aldus de venijnige pen van een christelijke ooggetuige. Diocletianus besloot tot het vervolgen van de christenen.

Uiteindelijk moest ook Apollo wijken voor de nieuwe religie. In de Didyma-tempel werd een kerkje gebouwd en het "werk van de duivel" - zoals theologen de orakels omschreven - werd voorgoed verboden aan het eind van de vierde eeuw. De tijd van de pelgrims was voorbij.

In het midden van de achttiende eeuw begon een nieuw leven voor Didyma. Je zou kunnen zeggen dat de tijd van nieuwsgierigen en toeristen aanbrak. De eerste bezoeker die bijna betoverd werd door de tempelruïne was de Engelsman Chandler die de resten in superlatieven beschreef. Toen 's avonds de geiten over de oude stenen liepen op zoek naar iets eetbaars, toen hun bellen klonken, toen het marmer en de lopende geitenwol prachtig verlicht werden door de ondergaande zon .... "was het beeld verrassend en fantastisch heerlijk", zo schreef hij. Met Chandler's komst begonnen ook de onderzoekingen en de opgravingen. Het verleden van Didyma werd opgemeten, bestudeerd en weer indrukwekkend zichtbaar gemaakt.

Didyma was geen stad. Alleen priesters en priesteressen, hun families en bedienden woonden er. Zij verzorgden de cultus voor Leto en voor haar kinderen Apollo en Artemis, leidden de pelgrims rond, vertaalden de orakels, organiseerden de Didymeia en bouwden verder aan de tempel; zij zijn niet meer. De lichtwerking van de tempel met zijn afwisselend donkere en stralend verlichte ruimten, de glans van de gouden en zilveren geschenken, het rumoer van de pelgrims .... dat alles is ook niet meer. Zelfs de oude goden zijn verdwenen. 

Maar de indrukwekkende afmetingen zijn gebleven. Na al die eeuwen voel je je als moderne 'pelgrim' - als toerist - nietig in de resten van zo'n groots, goddelijk bouwwerk. Hoe ontzagwekkend moet dat dan niet geweest zijn in de dagen van Hadrianus?

© conens & van wiechen drs. A. van Wiechen
naar het overzicht