bronnen

Elke historicus of archeoloog kijkt door de bril van zijn eigen tijd naar het verleden. Zo werd Hadrianus in het verleden wel eens gezien als een "slapjanus" met wie de stagnatie van het Romeinse Rijk begon, omdat hij grote delen van de grensgebieden opgaf. Later meenden wetenschappers dat Hadrianus' handelingen hem maakten tot een naar vrede en eenheid strevende keizer die het Romeinse Rijk redde. Weer anderen concentreerden zich op Hadrianus' verhouding met Antinoüs. Dat fascineerde, maar stootte ook af. Een Franse archeoloog verzuchtte eind negentiende eeuw "men zou het liefst Antinoüs' naam uit Hadrianus' levensgeschiedenis willen schrappen. Antinoüs personifieerde de schandelijke zwakheid van een groot man".

We proberen hier Hadrianus in zijn tijd en zijn activiteiten en beslissingen in een historisch kader te plaatsen. Daarvoor gebruiken we geschreven bronnen en archeologische data.

Betreffende de geschreven bronnen is er een probleem. Hadrianus zou een auto-biografie hebben geschreven, maar helaas is die niet bewaard gebleven. Misschien dat één fragment bewaard bleef, maar veel informatie geeft het niet. Het is echter goed mogelijk dat schrijvers in de derde en vierde eeuw deze autobio­grafie wél hebben ingezien en hebben gebruikt voor hun eigen keizerbiografie. Direct of misschien indirect, bijvoorbeeld via het werk van Marius Maximus (tweede helft tweede eeuw) wiens boek over keizerlevens verloren is gegaan.
De geschiedschrijving van Cassius Dio (ca.150-235) over de periode van Hadrianus (boek 69) is alleen in fragmenten bewaard gebleven in een elfde-eeuwse, Byzantijnse compilatie van de monnik Xiphilinus (hier afgekort als CD).
Als vervolg op Keizers van Rome van Suetonius (ca.75-150) ontstond in de vierde eeuw de Historia Augusta (hier afgekort als HA), maar wie de auteur was van het Hadrianus-gedeelte is nog steeds een heet wetenschap­pelijk hangijzer. Ook over de betrouwbaarheid van de feiten lopen de meningen uiteen.

Hier en daar zijn ook korte fragmenten bewaard gebleven van Hadrianus' eigen werk: proza en poëzie, bijvoorbeeld een schrijven van de keizer n.a.v. een pachtprobleem in Aizanoi en een lange inscriptie in Lambaesis die een deel van de redevoering van de keizer weergeeft.

De geschriften van (bijna) tijdgenoten van Hadrianus zijn belangrijk om een idee te krijgen van de politieke, economische en culturele situatie in de eerste helft van de tweede eeuw.  Werk bleef bewaard van o.a. satire-dichter Juvenalis (ca.60-140), Arrianus (ca.95-175) die ook met Hadrianus mee op reis ging, puntdichter Martialis (ca.40-103), Pausanias (ca.110-180), Plinius Jr. (61/62-114), SuetoniusPhlegonApuleius (120/125-ca.185), Galenus (129-ca.200), Philostratus (ca.170-ca.245) e.v.a. Ook latere auteurs kunnen van belang zijn, zoals Eusebius. Bij deze teksten en bij de gegevens uit de CD en HA moeten we ons wel altijd bewust blijven van de invalshoek van waaruit de auteur Hadrianus of zijn tijd beoordeelde!
Ook zijn er 'suspecte' bronnen, zoals de Hadriani Sententiae of de papyrus-codex van Montserrat.

Verder geven natuurlijk de honderden inscripties, beelden, munten, erebogen, tempels en andere officiële gebouwen uit Hadrianus' tijd veel informatie. Zelfs baksteenstempels zijn onontbeerlijk voor het onderzoek. Nog steeds – dankzij nieuwe (nood)opgravingen en verder onderzoek – worden nieuwe elementen toegevoegd aan de reconstructie van Hadrianus' activiteiten.

© conens & van wiechen drs. A. van Wiechen