julia balbilla

 

Julia Balbilla schreef gedichten en behoorde tot de entourage van keizer Hadrianus. Dat zijn de twee feiten van haar die we zeker weten. Dankzij haar vier gedichten, ingekrast op het beeld van Memnon, blijft ze herinnerd.

In de stroom van toeristen kwam op 19-21 november 130 het keizerlijke gezelschap aan bij de kolos van Memnon. Hadrianus, altijd nieuwsgierig naar bijzondere eigenaardigheden, was hier met zijn vrouw Sabina en dichteres Julia Balbilla. Sabina liet deze Griekse tekst op het beeld vereeuwigen: "Sabina Augusta, vrouw van keizer Caesar Hadrianus, hoorde Memnon, tweemaal in één uur".
Balbilla is vertegenwoordigd met vier gedichten, haar enige dichtwerk dat bewaard bleef en dat de wetenschappelijke pennen al heel lang bezig houdt.

Allereerst leren we in de gedichten meer van Julia's familie.
Ze dichtte dat "mijn ouders en grootouders" vroom en zeer achtenswaardige mensen waren. Balbillus de Wijze "was de vader van mijn moeder, de koningin" en Antiochus de koning "was mijn vaders vader".
Uit andere bronnen kunnen we nog wat aanvullen. Julia Balbilla en haar broer C. Julius Antiochus Epiphanes Philopappus waren de kinderen van Claudia Capitolina en C. Julius Antiochus Epiphanes. De vader van Claudia Capitolina – dus Julia's opa – was Tiberius Claudius Balbillus "de Wijze". Eens was hij prefect van Egypte (55-59) onder keizer Nero en enige tijd leider van het Museum in Alexandrië. Blijkbaar hield hij van oudheden, want hij liet de Sphinx ontdoen van zand. Hij schreef en was de officiële astroloog van keizer Tiberius (r.14-37). Kortom, een man met een hoge staat van dienst. Zijn dochter trouwde met de zoon van de laatste koning van Commagene (r.37-72), een vorstendommetje in het zuiden van Turkije, dat vooral bekend is vanwege het enorme graf-en-tempel van diens voorvader koning Antiochus I (r.70-38 vC) op Nemrud Dag. Commagene werd in 72 deel van het Romeinse rijk.

Julia Balbilla was dus van koninklijke en rijke komaf en bracht het grootste deel van haar leven waarschijnlijk door in Athene, samen met haar broer Philopappus. Wellicht dat Hadrians en Sabina haar tijdens een van hun lange periodes dat ze daar in Athene verbleven hebben leren kennen.
Hoe dan ook, van 19 tot en met 21 november 130 was Balbilla in Egypte en stond ze enige keren voor de kolos van Memnon.

De vier gedichten van Balbilla geven de loop der gebeurtenissen weer. Hoewel er geen consensus onder wetenschappers bestaat, lijkt mij de volgende reconstructie de meest waarschijnlijke*:

Voor dag en dauw stond Hadrianus op 19 november voor de kolos, die tot de keizer 'sprak' vóórdat hij zijn moeder begroette (dus vóór zonsopgang). Nog tweemaal diezelfde ochtend  'sprak' Memnon tot Hadrianus en de keizer groette hem terug. Hij liet voor het nageslacht op het beeld een gedicht achter over wat hij had gehoord en gezien. Dit werd verteld in Balbilla's (eerste) gedicht.

Op de tweede dag van hun verblijf (20 november) waren Sabina en Balbilla samen – blijkbaar zonder Hadrianus – bij het beeld, maar ze hoorden niets. In haar tweede gedicht vertelde Balbilla dat ze het beeld groette en respect voor hem had: "een barbaar, de goddeloze Cambyses, hakte uw tong en oren af. Maar hij betaalde met zijn ellendige dood, hij werd gedood door dezelfde dolk waarmee hij – de meedogenloze – de goddelijke Apis doodde. Maar ik denk niet dat uw standbeeld ooit ten onder kan gaan en ik voel daarin [in het beeld] een onsterfelijke ziel". Balbilla ging uit van een onjuiste voorsteling van zaken, namelijk dat de Perzische koning Cambyses verantwoordelijk zou zijn geweest voor de gehavende staat van het beeld.

Op de derde dag van hun verblijf (21 november) dichtte Balbilla over het feit dat Sabina de vorige dag niets had gehoord. Ze gaf als reden dat Memnon natuurlijk gecharmeerd was van de keizerin en wilde dat ze terug zou komen. Maar "als ze nu komt, geef dan uw goddelijk geluid, opdat de koning niet boos op u wordt ... En Memnon, sidderend voor de macht van de grote Hadrianus, sprak plotseling en zij [Sabina] was blij het geluid te horen". In haar vierde gedicht vertelde Balbilla dat ook zij op die dag de steen hoorde spreken, toen ze hier met "onze lieflijke koningin Sabina" was. Daarna vermeldde ze nog datum en jaar. Op deze dag moet ook Sabina haar eenvoudige en korte tekst hebben geschreven (hierboven genoemd).
Daarna trok het keizerlijke gezelschap verder.

Verder weten we niets van Julia Balbilla. Het Grieks (Aeolisch) waarin ze schreef was het Grieks  dat vele eeuwen eerder gebruikt werd door Sappho van Lesbos (ca. 600 vC), de grootste dichteres van de oudheid. Sommige wetenschappers gaan dan ook zover om een meer dan vriendschappelijke relatie tussen Balbilla en Sabina te veronderstellen. Ergens las ik zelfs dat Balbilla Sabina's antwoord was op Hadrianus' Antinoüs. Tja ......
Balbilla maakte in opdracht van het keizerlijke paar ere-gedichten die zowel de keizer, als zijn vrouw als Memnon moesten eren. Sappho, die in de tweede eeuw nog altijd bij velen een geliefde dichteres was, was haar inspiratiebron. Een dichteres die onsterfelijke roem voor zichzelf en de door haar geprezenen wist te verwerven.
Een prachtige muze voor Balbilla! 

© conens & van wiechen drs A. van Wiechen

 terug naar tijdgenoten »»