baksteenstempels

 

Bij de aanleg van een nieuwe lijn van de Metropolitana in Rome stuit men – niet onverwacht – herhaaldelijk op het verleden van de stad. Dat leidt uiteraard tot vertraging in de aanleg, zeker als er bijzondere bouwresten zijn gevonden, zoals onder het Piazza Venezia, en archeologen de tijd moeten krijgen om hun werk te doen. Bij deze nood- en uiteraard ook bij gewone opgravingen heeft men oog voor baksteenstempels, die een dateringsaanwijzing kunnen geven.

Tijdens de regeringsperiode van keizer Augustus (r.27vC-14nC) werd de in de zon gedroogde tichels vervangen door de in een oven gebakken bakstenen. Deze bakstenen werden vanaf de tweede eeuw vC slechts sporadisch in de Romeinse bouw gebruikt. Vitruvius (eerste eeuw vC) geeft in zijn boek De Architectura (II.8.17) aan waarom men in Rome ertoe overging bakstenen te gebruiken: de overheid bepaalde de dikte van de muren en bouw met tichels betekende dat de woning slechts één verdieping kon hebben. Gezien het almaar toenemende inwonertal werd het noodzakelijk woningen te bouwen met meer verdiepingen. Daarvoor moesten gebakken bakstenen worden gebruikt, die sterker waren dan de tichels. Muren gemetseld met oude daktegels waren
– nog steeds volgens Vitruvius – het beste. Immers, die gebruikte dakpannen hadden al weer en wind doorstaan!

Na Vitruvius' tijd brak de baksteen door, ook omdat het productie- en bakproces met ovens vergeleken bij natuurlijke droging een stuk sneller ging. De vierkante bakstenen
– die veel dunner zijn dan onze bakstenen – werden gemaakt in standaard groottes: bessales (tweederde Romeinse voet, ca. 19,8 cm), sesquipedales (1,5 Romeinse voet, ca. 44,4cm) en bipedales (2 Romeinse voet, ca. 59,2cm). Deze bakstenen konden op de bouwplaats weer in kleinere recht- of driehoeken geslagen of gezaagd worden.

Vanaf het begin van onze jaartelling werden sommige bakstenen vóór het bakken voorzien van een stempel, die in de loop van de tijd steeds meer informatie geeft, zoals de naam van het legioen – als het om militaire baksteenfabricage ging – of de naam van het landgoed of van de eigenaar waar zich de kleikuilen en ovens bevonden. Wordt aanvankelijk slechts 1 op de 10.000 bakstenen gestempeld, in de tijd van Hadrianus is dat veel frequenter: 1 op de twee of drie! Vanaf ca. 110 worden de consuls van het jaar genoemd, hetgeen datering mogelijk maakt. De jaaraanduiding op de baksteenstempel is dan een terminus post quem, d.w.z. de baksteen moet na dat jaar gebruikt zijn. Dus als zo'n baksteen met stempel in een muur wordt aangetroffen, moet die muur ná dat jaar zijn gebouwd. Het precieze bouwjaar geeft het stempel niet aan, want de bakstenen konden direct gebruikt of voor een (lange) tijd opgeslagen worden. Ook hergebruik van bakstenen kwam geregeld voor. Voorzichtigheid is dus geboden, maar toch geven die baksteenstempels enorme veel informatie.

© conens & van wiechen drs A. van Wiechen

 terug naar bronnen »»