hadrianus' autobiografie

 

De Historia Augusta (1, 3 & 7) verwijst naar Hadrianus' autobiografie en meldt ook nog dat de keizer deze autobiografie "overhandigde aan zijn geletterde vrijgelatenen en hun opdroeg haar onder hun eigen naam te publiceren" (HA 16). In de volgende zin lezen we de roddel ("men zegt") dat de boeken van Phlegon door Hadrianus zelf werden geschreven, waarmee de tekst suggereert dat de keizer de naam Phlegon als een soort pseudoniem gebruikte.

Het schrijven van een autobiografie kwam al sinds de tweede eeuw vC voor in Romeinse politieke kringen. Een politicus wil maar wat graag zijn legitimiteit, zijn maatregelen, zijn acties en daden rechtvaardigen met eigen woorden en naar eigen inzicht. We weten van Augustus dat hij rond 25 vC een autobiografie schreef in de vorm van brieven gericht aan zijn vrienden Agrippa en Maecenas. Deze is – op enkele fragmenten na – verloren gegaan, maar Augustus' politiek testament is wél bewaard gebleven. Zijn Res Gestae werden gegraveerd in twee bronzen platen geplaatst bij zijn mausoleum in Rome. Ook deze gingen verloren. Elders in het Romeinse rijk werd de tekst in steen aangebracht, zoals in de muren van de tempel van Roma en Augustus te Ankara, waar de Res Gestae in het Grieks en in het Latijn nu nog te lezen is.

Terug naar Hadrianus. Hij heeft dus een autobiografie geschreven die wellicht door latere auteurs (zoals HA & CD) is gebruikt, maar van de tekst zelf bleef niets bewaard. Of toch wel?

In 1900 publiceerden wetenschappers in Oxford honderden papyrus-fragmenten die ze hadden gevonden in de Fayyoem (Egypte). Eén papyrus-fragment (ca. 22 bij 10.3 cm) is zeer bijzonder (P.FAY 19); achterop een administratieve lijst heeft een schoolmeester 15 regels in het Grieks geschreven met een duidelijk geoefende hand die zeker in de tweede eeuw gedateerd kan worden. Onderaan herhaald een onregelmatige hand – ongetwijfeld de leerling – de eerste vijf regels. De rest van de tekst ontbreekt net zoals de linker- en rechterzijkant van de papyrus.

"Keizer Caesar Hadrianus Augustus aan zijn zeer geachte Antoninus, gegroet", begint de tekst. Allereerst belooft de schrijver dat hij het leven niet vroegtijdig zal verlaten. Hij wil de geadresseerde, "die naast mijn bed zit, nooit ophoudt me te troosten en mij smeekt vol te houden", niet voor het hoofd stoten. Dan geeft Hadrianus aan dat hij zijn levensfeiten juist en accuraat wil weergeven en dat hij, "bij Zeus", de waarheid geen geweld wil aandoen. Hij begint dan zijn autobiografische relaas met het feit dat zijn biologische vader 40 was toen hij stierf en schrijft "ik heb nu ongeveer dezelfde leeftijd als mijn moeder".

Stel, dat in de tweede-eeuwse schoolklas in Egypte een tekst uit Hadrianus' autobiografie is gebruikt, stroken dan de schaarse gegevens uit deze brief met de details die we kennen uit andere bronnen? De Historia Augusta (24) meldt dat de zieke Hadrianus een "sterke weerzin gekregen [had] tegen het leven" en dat hij een slaaf beval hem te doden. "Dat lekte uit en Antoninus werd op de hoogte gesteld, waarna hij met de prefecten naar hem toe kwam om hem te verzoeken de zware last van zijn ziekte moedig te dragen". Maar Hadrianus – zo gaat de HA verder – probeerde nog twee maal zijn dood te verhaasten. Tevergeefs. Toen vertrok Hadrianus naar Baiae, "terwijl Antoninus in Rome achterbleef om de keizerlijke taken te vervullen". Ook CD (22) meldt Hadrianus' verlangen naar de dood en zijn mislukte pogingen de dood te versnellen, bijvoorbeeld door juist dat te eten wat artsen hem ontraden hadden.

Het is dus goed mogelijk dat Hadrianus na de mislukte euthanasie-pogingen in de laatste maanden van zijn leven door Antoninus' woorden gesterkt besloot zijn einde op een keizerlijke manier in Baiae af te wachten. Hij schreef zijn autobiografie – zoals Augustus – in de vorm van brieven of van één brief naar Antoninus in Rome. Het is mogelijk dat Hadrianus – net zoals Augustus' Res Gestae – ook een soort politiek testament heeft nagelaten. Pausanias (I.5.5) meldde dat Hadrianus een inscriptie op de door hem gebouwde "tempel voor alle goden" (Athene) liet aanbrengen waarin hij meldde welke tempels hij had laten bouwen "of waarvan hij de inrichting met wijgeschenken verfraaide, de geschenken die hij aan de Griekse steden gaf en soms ook aan buitenlanders". Van deze inscriptie en van deze tempel is (nog) niets teruggevonden.

Het gebruik van keizerlijke woorden (brieven, autobiografieën) of verhalen rond de keizer als lesmateriaal op scholen was in de Romeinse periode niet ongebruikelijk. Veel voorbeelden zijn daarvan terug te vinden, bijvoorbeeld de papyrus-codex uit het klooster Monteserrat of Hadrianus' kattebelletje aan Plotina (hierover later meer).

Er blijven nog veel vragen over: heeft Hadrianus zijn autobiografie geschreven in het Latijn en liet hij Phlegon deze in het Grieks vertalen? Of schreef hij zelf beide teksten, misschien onder een pseudoniem? Wie weet, wordt er eens een papyrus (terug)gevonden die achter de bibliotheekkast gevallen is en die nog meer Hadrianus-tekst prijsgeeft.

© conens & van wiechen drs A. van Wiechen

 terug naar bronnen »»