hadrianus in asia minor

 

Hadrianus Graeculus heeft meer dan eens Klein-Azië (Turkije) bereisd. Sterker nog, toen Hadrianus hoorde dat hij keizer was geworden (11 augustus 117) was hij aan de oostgrens en spoedde zich via Antiochië (Antakya) en Cappadocia naar Ancyra (Ankara), waar hij werd ontvangen op kosten van een zekere Latinius Alexander en diens dochter Cleopatra. Na enkele dagen trok Hadrianus verder richting Byzantium (Istanbul) waar hij wellicht overwinterde. En passant ontving de nieuwe keizer felicitaties uit het hele rijk. Claudius Cyrus bracht namens Pergamum (Bergama) de gelukwensen over en Hadrianus bedankte de stad "per omgaande". Zo verguld was Pergamum met dit keizerlijk schrijven dat de tekst zichtbaar voor iedereen werd ingebeiteld.
Op 9 juli 118 was Hadrianus in Rome, waar hij orde op zaken stelde, tegenstanders op een zijspoor zette en grootscheepse bouwactiviteiten initieerde. Hij bleef in contact met iedereen. Gezantschappen, ambassadeurs en koeriers .... ze liepen af-en-aan. Zo kwam er een afgevaardigde van het college van "wijze oude mannen" die de Artemis-tempel van Ephese in stand hield en zij vroegen de keizer hulp bij het verkrijgen van de nodige financiën; de keizer zegde die hulp toe.

Toen alles in Rome geregeld was, vertrok Hadrianus in de lente van 121 voor een jarenlange reis. Hij werd vergezeld door zijn vrouw Sabina en een deel van zijn hofhouding. Allereerst bezocht hij het westelijk deel van zijn rijk en in 123 ging hij naar Klein-Azië, waar hij Pergamum, Sardes en Ephese (zomer 124) bezocht.

Daarna verbleef hij enige tijd in Griekenland, overwinterde in Athene en was zomer 125 weer terug in Rome. Na een korte inspectietocht in Noord-Afrika vertrok hij in september 128 voor zijn tweede lange reis. Dit maal reisde hij direct naar Athene en was in 129 in Klein-Azië waar hij opnieuw Ephese bezocht en via zee én via land verschillende plaatsen (Milete, Patara) aan de west- en zuidkust van Turkije bezocht. Na de winter in Antiochië te hebben doorgebracht, reisde hij via Syrisch gebied naar Egypte en terug.

Waarschijnlijk was Hadrianus in 131 opnieuw enige weken in zuid-Turkije. Al mogen de reisdetails misschien niet allemaal meer bekend zijn, duidelijk is wel dat Hadrianus graag verbleef in het Griekse Klein-Azië, waar hij vrienden vond en menig stad zich graag "Hadriane" noemde als eerbewijs aan de keizer. Hij kon er zelfs zó goed en plezierig jagen - zijn geliefde ontspanning - dat hij de stad Hadrianutherae (Balıkesir, NW-Turkije) ofwel "Hadrianus' jachtpartijen" daar stichtte. 

Veel monumenten in Turkije herinneren aan Hadrianus. De keizer zelf liet veel bouwen of restaureren, maar ook steden of rijke burgers tastten diep in de buidel om het keizerlijk bezoek te memoreren met bijvoorbeeld erebogen. Verder werd er in Turkije toen ook veel gebouwd omdat het dankzij Hadrianus' algemene maatregelen economisch goed ging en er goed verdiend werd. De keizer liet de havens van Ephese en Trapezus (Trabzon) verbeteren, bouwde graanopslagplaatsen in Myra (Demre) en Patara en aquaducten in Antiochië, restaureerde stadsmuren van Nicaea (Iznik), tempels en historische mausolea op verschillende paatsen, zoals die van de Griekse helden Hector en Ajax in het oude Troje waar tijdens opgravingen enkele jaren geleden een Hadrianus-beeld werd gevonden.

Als we zo de kustlijn van West-Turkije voor ogen houden, komen we na Troje in Pergamum. Hier kon Hadrianus zijn nieuwsgierig hart ophalen. Hij zag de godenwereld aan zich voorbij trekken afgebeeld op het altaar voor Zeus en wellicht dat de tempel gewijd aan zijn voorganger Trajanus nog in aanbouw was. De stad was ook beroemd om zijn Asclepius-heiligdom, waar men genezing voor allerlei kwalen zocht en vond. Het was een complex met theater, bibliotheek, geneeskrachtige waterbron, tempel,
behandel- en slaapruimten. Voor elk wat wils. Het functioneerde zoals een kuuroord in de negentiende eeuw, je kon er genezing vinden, maar ontspanning was net zo belangrijk. In de bibliotheek vonden archeologen een groot beeld van Hadrianus waar de keizer heroïsch naakt - dus vergoddelijkt - is afgebeeld (rechts). De beroemde arts Galenus, enkele jaren na Hadrianus' bezoek geboren, deed zijn kennis op in dit Asclepius-complex. Galenus' vader Aelius Nico was architect en heeft waarschijnlijk goed 'geboerd' onder de bouwlustige keizer.

Het kon bijna niet anders - hoewel er geen bewijzen zijn - maar Hadrianus moet een bezoek hebben gebracht aan Smyrna, de stad die van de keizer een graanmarkt en gymnasium kreeg en waar zijn vriend Polemo hem kan hebben rondgeleid. In Sardes (Sartmustafa) zag hij ongetwijfeld de indrukwekkende Artemis-tempel die nooit werd afgebouwd. Vlakbij is een inscriptie gevonden ter ere van Hadrianus en Sabina, dus blijkbaar vergezelde zij hier haar man.

Meer dan eens was Hadrianus in de handelsstad Ephese; zijn allereerste aankomst als keizer per schip werd jaarlijks herdacht op "Hadrianus-landingsdag". Hij kwam hier graag en verleende de stad ook allerlei voorrechten. Hier luisterde hij in het theater "met plezier" naar een knapenkoor, neusde in de 12.000 boekrollen van de beroemde Celsus-bibliotheek (rechts) en bezichtigde de Artemis-tempel - "een wereldwonder" - en maakte de riten mee. Aan de hoofdstraat richtte Publius Quintilius een klein tempeltje in gewijd aan Hadrianus, Artemis en het volk van Ephese (boven). Vanuit de haven voer hij naar het eiland Rhodos en bezocht wellicht ook andere kustplaatsen in de buurt.

Maar Hadrianus zou Hadrianus niet zijn geweest als hij niet ten minste één maal Priene, Milete en het grote Apollo-orakel in Didyma had bezocht (rechts). Van Milete weten we het zeker, want de dag van zijn bezoek werd nog jaren later als feestdag gevierd. Zeker is ook zijn aanwezigheid meer landinwaarts, in juni 129 was hij in Laodicea (vlakbij Pamukkale), het geboortstadje van Polemo. Zou hij toen ook niet de stad Hierapolis (Pamukkale) hebben bezocht? Het was de geboorteplaats van de beroemde filosoof en tijdgenoot Epictetus, "die door Hadrianus met grote vriendelijkheid werd behandeld" en een stad met die merkwaardige heet water-bronnen die nu nog steeds toeristen trekken.

Tussen Laodicea en de kust lag de schitterende stad Aphrodisias, een intellectueel en kunstzinnig centrum waar dankzij de aanwezigheid van fijn, wit marmer beroemde beeldhouwers werkten. In ieder geval liet de keizer hier openbare baden bouwen. Zou zich hier het volgende verhaal hebben afgespeeld, zoals beschreven in een laat-Romeinse bron? Hadrianus ging graag naar de openbare thermen. Eens kwam hij in zo'n gelegenheid een oude veteraan tegen die hij van naam kende. Deze veteraan stond zijn rug te schuieren tegen de muur. Op Hadrianus' vraag waarom hij dat deed, was het antwoord: "ik heb geen slaaf die mijn rug masseert"! De keizer gaf de ex-soldaat, die eens het Romeinse Rijk beschermde, direct slaven én geld om hen te onderhouden. Enkele dagen later kwam Hadrianus opnieuw in het badgebouw en zag tot zijn grote verbazing allemaal oudere mannen die met hun rug tegen de muur schuurden. Hadrianus had hen door; liet hen bij zich komen en zei: "Jullie hebben geen slaven nodig, jullie kunnen elkaars ruggen masseren!" Overigens hebben de archeologen een leuke inscriptie in het badgebouw van Aphrodisias gevonden; een waarschuwing om tijdens het baden vooral geen kostbaarheden in je kleren achter te laten !

We stellen ons voor dat Hadrianus ook naar Halicarnassus (Bodrum) ging, al was het alleen maar om het tweede wereldwonder te zien: het graf van koning Mausolus. Hadrianus reisde verder, terwijl hij onderweg slecht functionerende ambtenaren strafte, historische monumenten liet restaureren en delegaties uit het hele rijk ontving.

Zeker was Hadrianus in Attaleia (Antalya) en Phaselis (Tekirova). Inscripties op de ereboog spreken letterlijk duidelijke taal! Beelden van Hadrianus en Sabina werden ook op verschillende plaatsen in ZW-Turkije opgericht. In 2007 vonden de archeologen in Sagalassus (Ağlasun) een bijzondere en reusachtige Hadrianus terug: het beeld moet ongeveer vijf meter (!) hoog geweest zijn, had een houten torso - waarschijnlijk bedekt met bronzen pantserplaten - met marmeren voeten en armen; de marmeren kop was al zo groot als een halve opgraver!

Het plaatsen van een keizerbeeld is geen bewijs voor de aanwezigheid van de keizer tijdens zijn reizen, wel voor de grote bewondering die men had voor de keizer tijdens zijn leven en na zijn dood.

De 'sporen' van Hadrianus en Sabina volgend door Turkije, kwamen we op een plek ideaal voor het keizerlijke paar: een bruisende en plezierige stad met een perfecte gastvrouw. In de stad Perge (Aksu) woonde Plancia Magna (rechts), een dame van stand, importantie én rijkdom. Haar broer bezat zelfs een villa in Italië, in Tivoli, vlakbij de grote keizerlijke residentie! Zelf was ze o.a. priesteres van Artemis en liet op haar kosten Perge verfraaien met schitterende standbeelden van keizers, keizerinnen en haarzelf (nu in het Archeologisch Museum van Antalya). Plancia's beelden van Hadrianus en Sabina (rechts) behoren tot de mooiste tot nog toe in Turkije gevonden. 

 © conens & van wiechen drs A. van Wiechen