aizanoi

 

Ruim 55km ten zuidwesten van Kütahya (Turkije) ligt op de Phrygische hoogvlakte het dorpje Çavdarhisar. In de zomer van 1824 had een Engelsman er maar liefst tien uur voor nodig om die 55 kilometer te overbruggen. Na zijn lange rit mocht hij zich de eerste Europeaan noemen die de resten van de antieke stad Aizanoi had 'teruggevonden'. Hij bleef er twee dagen om daarna zijn reis in zuidwestelijke richting voort te zetten. Begrijpelijk dat hij van de ruïnes onder de indruk was en rustig de tijd nam, want de Zeus-tempel van Aizanoi is zelfs nu nog de best bewaarde Romeinse tempel van Anatolië!

 

Het huidige dorpje Çavdarhisar ligt aan weerszijden van het kleine riviertje dat eens bekend stond onder de naam Penkalas. De alleroudste sporen van bewoning dateren uit het derde millennium vC. Generatieslang werd dezelfde plaats bewoond aan de westoever van de rivier en langzaam maar zeker ontstond er een tell, een bewoningsheuvel. Het staat (nog) niet vast of er sprake is geweest van een continue bewoning.

Het ging de inwoners van Aizanoi voor de wind zeker toen de stad onderdeel werd van het grote Romeinse Rijk. De inwoners hielden schapen en bewerkten de vruchtbare velden rondom de stad. De export van wol, graan en wijn zorgde voor goede inkomsten en de stad werd belangrijker. In het midden van de eerste eeuw besloot men de stad grondig te vernieuwen en de uitstraling te geven van een échte "Romeinse" stad. Men verliet de oude bewoningsheuvel om dichterbij de rivier een nieuwe stad te plannen op de oostelijke oever. Allereerst werden oudere gebouwen met de grond gelijk gemaakt, vervolgens werd alles geëgaliseerd en daarna werden nieuwe oevermuren van grote kalksteenblokken gebouwd. Blikvanger in deze nieuwe stad was de Artemis-tempel, die ook op munten werd afgebeeld. We weten (nog) niet waar deze tempel precies heeft gestaan. Alleen bouwonderdelen, zoals zuilen hergebruikt in latere bouwwerken, werden door archeologen teruggevonden.

Buiten de stadspoort lag de necropolis met enkele mausolea van rijke inwoners van de stad. In een inscriptie worden de namen genoemd van een zekere L. Claudius Severinus en zijn vrouw Berenike. Misschien waren zij de schoonouders van een van de meest invloedrijke inwoners van de stad, Marcus Ulpius Appuleius Eurykles. Hij entameerde de bouw van grootse openbare gebouwen, zoals een stadion, een badgebouw en de stenen brug die nu nog steeds gebuikt wordt. Hij zat voor Aizanoi (153-157 nC) in het Panhellenion, de 'vereniging' van Griekse steden, en kreeg veel eerbewijzen.

De Zeus-tempel is tegenwoordig dé blikvanger van Aizanoi. Gebouwd op de oude bewoningsheuvel, die daarvoor werd geëgaliseerd, steekt de tempel prachtig uit boven de vlakte. Vanwege geldgebrek verliep de beginfase van de bouw (waarschijnlijk rond 100) moeizaam, maar onder keizer Trajanus ging de bouw voortvarend door en tijdens de regering van Hadrianus' opvolger was de tempel voltooid. Van het oorspronkelijke, grote, rechthoekige plein met zuilengalerijen rond de tempel is vrijwel niets bewaard gebleven.

 

Keizer Hadrianus moest op verzoek van de gouverneur Avidius Quietus (125-126 nC)  interveniëren bij een financieel probleem. De landbouwgebieden van de tempel waren verpacht aan boeren. Omdat er geen overeenstemming was m.b.t. de hoogte van de pachtgelden, weigerden de boeren te betalen. Hadrianus besliste in alle redelijkheid dat men de hoogte van de pachtgelden moest relateren aan bestaande pachtovereenkomsten van omliggende landbouwpercelen. De briefwisseling werd zó belangrijk geacht dat uiteindelijk de Griekse en Latijnse tekst ervan op de tempelmuren werden aangebracht (hier begin van de Griekse versie).

De tempel (oppervlakte ruim 21 x 36m) heeft acht zuilen aan de korte en vijftien aan de lange zijde. Het zijn monolieten van ongeveer 9m hoog met een Ionisch kapiteel. Direct onder de krullen van het kapiteel zijn leuke kleine amfoortjes gebeeldhouwd. Een speels detail dat slechts zelden in de Romeinse tempel-architectuur voorkomt. Verder zijn overal op en aan de tempel traditionele ornamenten te zien: meanders, bladeren, eierlijsten, cassettenplafonds etc. Niet alleen is een deel van de cella-muren bewaard gebleven, ook de middenbekroning van het fronton van de achtergevel is nog (op de grond) te zien: tussen bladerranken is een één-meter-hoge buste te zien van een vrouw (?, rechts).

In het podium waarop de tempel staat, is een overwelfde kelderruimte gebouwd (ongeveer 9 x 25m). De functie van deze ruimte, die toegankelijk was via treden aan de achterkant van de cella, is niet duidelijk. Misschien een orakelplaats?

Aizanoi had natuurlijk ook zijn centra voor vermaak en ontspanning: theater en thermen. Het theater was gebouwd in de tijd van keizer Hadrianus en Eurykles droeg in 160 nC rijkelijk financieel bij aan de ongebruikelijke uitbreiding van dit theater met een stadion.

Sommige nieuwbouwplannen waren wellicht iets te hoog gegrepen voor Aizanoi, want niet alles werd voltooid. Dat had ook te maken met de algemene verslechtering van de economische toestand in de derde eeuw. Aan het eind van de vierde eeuw beleefde Aizanoi weer een korte bloeiperiode, maar de tijden waren veranderd. Het christendom was de belangrijkste religie geworden. Het verlaten stadion werd als steengroeve gebruikt, de Artemistempel werd afgebroken en bouwmateriaal hergebruikt om een deel van de hoofdstraat te voorzien van prachtige zuilenhallen. De bisschop nam zijn intrek in een van de badgebouwen en de Zeus-tempel werd ingericht als kerk.

Deze bloeiperiode duurde niet lang en zoals met zoveel steden ging het ook met Aizanoi vanaf de vijfde eeuw bergafwaarts. In de middeleeuwen werd de Zeus-tempel nog eeuwenlang intensief gebruikt, niet als tempel of kerk, maar als vesting.....

Aizanoi - Çavdarhisar ... een bijzonder stadje met een prachttempel waar een van Hadrianus' uitspraken is vereeuwigd. Op het eind van de dag voetballen jongens rond de Zeus-tempel en zien we schapen grazen in het oude Romeinse stadion. Verleden en heden lopen letterlijk door elkaar ....

© conens & van wiechen drs. A. van Wiechen
naar overzicht