134-138

 

In mei 134 was Hadrianus zeker weer in Rome. Hadrianus begon zich ziek te voelen. "Ook al eerder had hij last van neusbloedin­gen, maar die werden steeds erger; hij vreesde voor zijn leven" (CD) en adopteerde in de tweede helft van 136 zijn beoogde opvolger: L. Ceionius Commodus, wiens enige aanbeveling zijn schoonheid was (HA) en die al zichtbaar ziek was. Zijn nieuwe naam luidde: Aelius Caesar. Ter ere van de adoptie werden spelen georganiseerd en werd geld aan de Romeinen gegeven. Lang niet iedereen was blij met deze adoptie. Zeker niet de kleinzoon van Hadrianus' zus Pedanius Fuscus. Hij bereidde waarschijnlijk een coup voor en deze actie moest hij met de dood bekopen. Hadrianus' negentig jaar oude zwager Servianus werd er van verdacht zijn kleinzoon geholpen te hebben; hij werd gedwongen zelfmoord te plegen.

Uit de bronnen blijkt dat dit zeker niet het enige incident was. Het lijkt erop dat Hadrianus zich keerde tegen velen, zelfs zijn oudste vrienden moesten het ontgelden. Hij wantrouwde iedereen (met reden?).

Sabina overleed eind 137 of begin 136. In ieder geval werd ze vergodde­lijkt in maart 138. Op 1 januari 138 was ook de beoogde opvol­ger dood en Hadrianus – die al menig voorteken had gekregen dat zijn eigen dood naderde – adop­teerde op zijn 62ste verjaardag (24 januari 138) zijn nieuwe opvol­ger: de 52-jarige Aurelius Antoninus. "Deze man is edel, mild, ver­standig en bewogen. Hij is noch jong genoeg om gekke dingen te doen, noch oud genoeg om dingen te vergeten" (CD). Hij had amper militaire ervaring, maar was een zeer rijke en vooral gewetensvolle landheer. Op zijn beurt moest Antoninus de zoon van Aelius Caesar, nl. Lucius Verus, adopteren en degene die verloofd was met Aelius Caesars dochter, nl. Marcus Annius Verus (Marcus Aurelius; later huwde hij met Antoninus' dochter). 

Hadrianus wilde dood en probeerde dat op allerlei manieren, totdat Antoninus hem tot de orde riep. Een kopie van een brief van Hadrianus aan Antoninus is teruggevonden op een stuk papyrus (Egypte):
"Vooral wil ik je laten weten dat ik het leven niet voortijdig ... zal verlaten; ...
ik schrijf nu aan jou, niet – bij Zeus – als iemand die een saaie en niet op waarheid beruste opsomming wil geven, maar liever als iemand die een eenvoudige en accurate weergave
van de feiten zelf wil vastleggen".

Hadrianus leek in zijn lot te berusten en kondigde aan zijn laatste maanden aan zijn autobiografie te besteden.

Hadrianus verliet in de zomer van 138 Tivoli en probeerde in Baia wellicht verkoeling te zoeken. Daar stierf hij op 10 juli 138. "Hadrianus werd door iedereen gehaat ondanks zijn regering die over het algemeen voortreffelijk was; hij werd gehaat door de moorden die hij beging aan het begin en eind van zijn keizerschap" (CD).

Aanvankelijk weigerde de senaat, volgens CD, Hadrianus de eerbewijzen, maar Antoninus stond erop. Daarom werd hij Antoninus Pius, de vrome, genoemd. 

 naar overzicht »»