121-125 - eerste grote reis

 

In de lente van 121 was alles in Rome geregeld en Hadrianus vertrok (waarschijnlijk) met Sabina en vele anderen (hofhouding) naar Gallia, waar hij zeer vrijgevig (HA) was, en reisde van daaruit verder naar Germania. Het zou kunnen dat hij met vlootschepen van Ostia naar Masilia voer en vandaar over land naar het noorden reisde waar hij enige tijd aan de grenzen van Raetia, Germania Inferior en Germania Superior verbleef. Hier inspecteerde hij de grenzen en kampementen, bracht soldaten discipline bij en nam zelf ook deel aan het harde militaire bestaan. "Ook al verkoos hij vrede boven oorlog, toch trainde hij de soldaten alsof er oorlog dreigde en gaf hun duidelijke blijk van zijn eigen gehardheid. Hij leidde daar namelijk zelf het soldatenleven" (HA 10). Misschien dat in deze tijd een gedeelte van de grens werd voorzien van houten palissades.

Hadrianus en zijn hofhouding verbleven wellicht in Mogontiacum (Mainz, gouver­neursstad Germania Superior en fort legioen XXII Primigenia) en/of in Colonia Agrippinen­sis (Keulen, stad van gouverneur Platorius Nepos,Germania Inferior). Daarna kon men reizen via Colonia Ulpia Trajana (Xanten, legerplaats van legioen VI Victrix dat met Hadrianus meeging) en Forum Hadriani (Voorburg) naar Britannia. Maar wellicht was het logischer om de weg via Coriovallum (Heerlen), Maastricht en Tongeren te nemen naar Gesoriacum (Boulogne-sur-Mer) waar de vlootbasis was.

HA (11): "Nadat hij dus met keizerlijk gezag het leger gedisciplineerd had, trok hij naar Britannië [122], waar hij veel veranderingen tot stand bracht en waar hij als eerste, en wel over een afstand van tachtig mijl, een muur liet aanleggen om een scheiding aan te brengen tussen Romeins en barbaars gebied".

Op reis gingen de 'zaken' natuurlijk gewoon door: delegaties werden ontvangen, petities aangenomen en beantwoord, en brieven geschreven zoals over de houding t.o.v. de christenen. Bovendien moest Hadrianus als een ware 'headhunter' steeds de goede man op de goede plaats weten te benoemen. En er waren véél functies te vergeven!

Toen hij nog in Britannia was (122), liet hij zijn particulier secretaris Suetonius, de commandant van de keizerlijke garde "en vele anderen vervangen omdat ze zich zonder zijn toestemming tegenover zijn vrouw Sabina familiairder hadden gedragen dan de hofetiquette toeliet" (HA 11). We zullen er waarschijnlijk nooit achter komen wat er precies is gebeurd.

Na Britannia reisde Hadrianus met Sabina en zijn gevolg naar Gallia. Daar jaagde hij en daar stierf zijn geliefde paard Borysthenes. Hadrianus liet voor hem een mausoleum oprichten en maakte een gedichtje. In Nemausus (Nîmes) hoorde Hadrianus in begin 123 dat zijn adoptief-moeder Plotina was overleden en "hij eerde haar uitbundig en droeg negen dagen zwart, richtte een tempel op ter ere van haar en maakte gedichten te harer gedachtenis" (CD).

Hij overwinterde (122/123) in Tarraco (Tarragona), de oudste Romeinse stad van Spanje, waar hij de restauratie van de Augustus-tempel uit eigen zak betaalde en een dolgedraaide slaaf pareerde die hem probeerde te doden. Hoewel hij in de buurt was, heeft de keizer waarschijnlijk geen bezoek gebracht aan zijn geboortestadje Italica. Hij schonk de stad wel een hogere status en veel financiële middelen zodat een heel nieuwe stad (urbs nova) Italica gebouwd kon worden (waarvan nu de ruïnes nog te zien zijn). Onlangs zijn ook resten teruggevonden van een immense Trajanus-tempel (Trajanaeum).

Van juni 123 tot de zomer van 125 maakte Hadrianus met zijn gevolg een grote reis van Tarraco (Tarragona) naar Antiochia (Antakya, Z-Turkije). De route is onbekend evenals de plaatsen die hij in het oosten aandeed. Hij bezocht het vermeende graf van de Griekse held Ajax in Troje (Ilium) en hij betaalde voor de restauratie. Hij jaagde veel in dit (nu NW-Turkse) gebied. Ontmoette hij toen in Bithynia de mooie knaap Antinoüs? Zeker is dat hij in de zomer van 124 in Ephese en omgeving verbleef.

Hadrianus was in september 124 in Athene en toerde in de maanden daarna door Grieken­land, waar hij zich liet inwijden in de mysteriën van Eleusis (HA 13). "Vervolgens voer hij naar Sicilië, waar hij de Etna beklom om vandaar de zonsopkomst te zien, die zich daar naar men zegt in vele kleuren vertoont, als de regenboog. Vervolgens reisde hij naar Rome" [mei 125], aldus de HA (13).

 

 verder »»