117-120

 

Hadrianus was keizer, maar hij moest zijn eigen positie en die van het Romeinse Rijk ten opzichte van de vijand nog wel versterken. Hij nam in zijn eerste dagen als keizer vérgaande beslissin­gen (nieuwe politiek): terugtrekking van het Romeinse leger uit pas veroverde gebieden (zoals Mesopotamia), hij creërde bufferstaatjes en stuurde kundige mannen naar de provincies om opstanden de kop in te drukken. (Eventuele) tegenstanders werden op een zijspoor gezet, onder wie de Moor Quietus, hetgeen leidde tot opstand in Mauretania.

De as van Trajanus werd door Plotina, Matidia en Attianus naar Rome gebracht terwijl Hadrianus een brief meegaf voor de senaat waarin hij goddelijke eerbewijzen voor zijn adoptief vader vroeg en zich tevens excuseerde "voor het feit dat hij de toekenning van het keizerschap niet aan de senaat had overgelaten, hij was namelijk door de soldaten overhaast tot keizer uitgeroepen omdat de staat niet zonder keizer kon" (HA 6)

Na orde aan de nieuwe oost grens van het Romeinse Rijk gebracht te hebben, vertrok Hadrianus in oktober 117 uit Antiochië via Cappadocia naar Ancyra (Ankara). In winter 117/118 was hij wellicht in de omgeving van Byzantium (Istanbul) en reisde hij verder via N-Griekenland (Via Egnatia) naar de grenzen van Dacia. Ook hier bracht hij door vredesonderhandelingen en afstoten van gebied vrede en rust.

Intussen wisten veel gezantschappen, delegaties en brieven de keizer te vinden en communicatie was voor de keizer van essentieel belang. Hij kon gebruik maken van de staatskoeriersdienst (cursus publicus).

In de eerste helft van 118 – wellicht door zijn nieuwe politiek – kreeg Hadrianus vijanden die een aanslag beraamden. Dit leidde tot de dood van de vier (vermeende) samenzweerders. Omdat het senatoren waren, zette dit kwaad bloed bij de overige senatoren in Rome. HA (7): "Vervolgens kwam Hadrianus onmidde­llijk naar Rome om de negatieve praatjes te weerleggen waarin gesuggereerd werd dat hij erin zou hebben toegestemd vier oud-consuls tegelijk te vermoorden". Dat gebeurde nadat hij aan de Donau alles onder controle had in de vroege zomer van 118.

Na zijn aankomst in Rome op 9 juli 118 bleef Hadrianus tot 121 in Rome (en omgeving, misschien een kort reisje naar Campania?). Hij stelde de senaat gerust, meende dat de toegekende triomf voor de Dacische oorlogen de inmiddels vergoddelijkte Trajanus toekwam en voltooide bouwactiviteiten van zijn voorganger. Hadrianus legde in deze jaren door allerlei publieksvriendelijke maatregelen – zoals het kwijtschelden van schulden, zowel van particulieren als van provincies, geldschenkingen aan vrouwen zodat zij in hun levensonderhoud konden voorzien en organisatie van gladiatorenspelen – een stevige basis voor zijn populariteit bij alle rangen en standen.

In december 119 stierf zijn schoonmoeder Matidia. Ze werd vergoddelijkt en kreeg een tempel. Maar behalve voor deze tempel maakte Hadrianus ook plannen voor grootscheepse bouwactivi­teiten en restauraties in Rome.

 verder »»